Heel, heel lang geleden in een piepklein dorpje in een piepklein landje leefde een volkje dat zich van anderen onderscheidde door de kleur van hun kleding. Bijna alles was rood en wit maar blauw was uit den boze. De roden, zoals ze genoemd werden, verbleven meestal in hun ministaatje omringd en goed beveiligd door de tentakels van de plaatselijke rivier. Daar hadden zij hun eigen paleis, weliswaar toe aan een grondige opknapbeurt, maar toch het bruisende hart waar het vaak onder het genot van gerstenat dat rijkelijk vloeide goed toeven was (en voor de kleintjes natuurlijk vruchtensap). Even verderop stonden de stallen. Toen ze gebouwd werden een trots bezit van waaruit de gladiatoren het strijdperk betraden. Nu een enigszins kommerlijk onderkomen dat te klein en niet meer van deze tijd was. Daar waren alle roden het wel over eens. Er moest iets gebeuren. Daar waren de roden het ook over eens. In een achterkamertje van het paleis werden door een commissie van wijze heren plannen gesmeed om de stallen om te toveren tot een landjuweel van waaruit de sporthelden vol trots weer de strijd aan konden gaan met hun tegenstanders om zich na de overwinning op te frissen in het badhuis om daarna in het paleis toegezongen te worden door de plaatselijke heldentenor met zijn eigen clublied. Om dit te realiseren waren vele handjes en duitjes nodig maar hoe de commissie onder leiding van de heldentenor ook zong de juiste toon om alles en iedereen te mobiliseren werd niet gevonden. Zo dreigden alle mooie plannen in het water te vallen, wat in het laaggelegen strijdperk niet zo moeilijk was. De wijze heren zaten met de handen in het haar, ondanks dat dat niet voor iedereen mogelijk was. Deze waren genoodzaakt de anderen in de haren te vliegen. Complete chaos hing als een donkere wolk over de enclave. En toen gebeurde het. Uit het niets kwam een troubadour naar de wijze heren. Hij sprak: “ niet de stemverheffing om de juiste toon te zingen, maar het raken van de juiste snaar doet allen tezamen komen”. En hij begon te spelen. Uit alle hoeken en gaten kwamen ze. Ouderen, jongeren, mannen, vrouwen, opa’s en oma’s, ja iedereen kwam aangerend, in iedere hand een steentje en degene die geen steentje kon dragen wapperde met bankbiljetjes. Sommigen zelfs met alles tegelijk. Onder de lieflijke akkoorden die door de troubadour werden verspreid werden alle steentjes opeen gestapeld en binnen de meest korte tijd stond er een schitterend nieuw onderkomen en iedereen was trots op zichzelf en iedereen.
De moraal van dit verhaal: Niet alleen met de goede Toon, maar met de juiste snaar krijgen we samen alles voor elkaar. En ze speelden nog lang en gelukkig.
Kun je in deze tijd nog in sprookjes geloven?
Sjonnie Turtle
Diverse teams bloggen zelfstandig op internet. Een overzicht van deze teams tref je aan op de:
Rhode zit óók op Facebook!